Ga naar de inhoud

Dr. Ina Beerendonk • Over haar werk in behoud van vruchtbaarheid bij kanker

Dr. Ina Beerendonck is specialist op het gebied van voortplantingsgeneeskunde en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van richtlijnen rondom fertiliteitspreservatie bij jongvolwassenen met kanker.

Dit interview komt uit het Kankerzorg in beeld rapport 'Kanker bij jongvolwassenen'.

Dr. Ina Beerendonk is gynaecoloog in het Radboudumc, gespecialiseerd in voortplantingsgeneeskunde, en focust zich in het bijzonder op het voorkomen van verlies van vruchtbaarheid bij meisjes en vrouwen met kanker. ‘Je bent op een hoger niveau en heel interdisciplinair met voortplantingsgeneeskunde bezig, maar je werk ook nog eens erg betekenisvol voor de patiënt.’ Beerendonk was ook nauw betrokken bij het opzetten van AYA-zorg binnen het Radboudumc.

‘Als een behandelend arts een jong persoon met kanker in de spreekkamer ziet binnenkomen, moet er direct een belletje gaan rinkelen,’ vindt Ina Beerendonk. ‘Het allerbelangrijkste is dat na de diagnose die jonge patiënt zo snel mogelijk verwezen wordt voor een gesprek over de risico’s op onvruchtbaarheid en de mogelijkheden voor vruchtbaarheidsbehoud. Het liefst naar een centrum dat fertiliteitspreservatie kan verzorgen, dus die moet ook wel in het netwerk van het ziekenhuis zitten. Een academisch centrum is bijvoorbeeld een goede optie voor counseling’. Het mooiste, vind ik, is om dat traject in samenspraak te doen met de verwijzer, om die mee te nemen in de overwegingen. Je hebt de verwijzer ook nodig: die geeft ons belangrijke informatie over de risico’s van de antikankerbehandeling en of er tijd is voor een vruchtbaarheidsbehandeling, of niet.’

Gesprek over vruchtbaarheid van groot belang

‘Het gaat niet alleen maar om het instellen van een vruchtbaarheidsbehandeling, die mogelijk de antikankerbehandeling iets vertraagd, maar juist ook over dat gesprek. De noodzaak van counseling wordt vaak nog onderschat,’ vertelt Beerendonk. ‘Je moet met de patiënt bespreken wat de opties zijn, ook als er geen opties zijn. Door zo’n gesprek kan je vragen en onzekerheden wegnemen.’ Beerendonk gaat verder: ‘Want als de kanker en/of behandeling het niet toelaat om een ingreep te doen die de vruchtbaarheid kan behouden, dan moet je daar juist over in gesprek gaan. Zo voorkom je dat de patiënt na de behandeling nog eens een klap in het gezicht krijgt als die zich beseft dat die onvruchtbaar is geworden – daar is de patiënt tijdens een behandeling namelijk niet mee bezig. Ik hoor van patiënten dat het rust geeft om te weten dat iemand daar toen wel aan gedacht heeft en dat ze ook naderhand een aanspreekpunt hebben waar ze terecht kunnen met hun onzekerheden en vragen.’

‘Er zijn veel nieuwe ontwikkelingen gaande wat betreft het behoud van vruchtbaarheid bij vrouwen en meisjes, dat geeft vertrouwen bij artsen in het feit dat er iets kan en dat een gesprek over vruchtbaarheid ook iets oplevert,’ vertelt Beerendonk. ‘Bij mannen is het behoud van vruchtbaarheid relatief simpel: we kunnen namelijk zaadcellen invriezen.’ Beerendonk voegt toe: ‘Maar ook hier moet het onderwerp vruchtbaarheid direct op tafel komen. Want ook het invriezen van zaadcellen is alleen zinvol als dat voorafgaand aan de behandeling gebeurd.’ Voor pre-puberale jongens is behoud van vruchtbaarheid nog wel lastig, vertelt Beerendonk. ‘Er zijn experimentele opties, maar daar zijn tot nu toe geen kinderen uit geboren.’

Meer opties voor vruchtbaarheidsbehoud bij vrouwen

‘20 jaar geleden konden we bij vrouwen alleen embryo’s invriezen, maar daar zaten een hoop haken en ogen aan. Ten eerste was er een partner nodig. Daarnaast had zo’n traject toen een lange aanloop en waren we afhankelijk van het moment in de cyclus wat betreft de timing. Voor veel vrouwen en meisjes was dit geen optie,’ concludeert Beerendonk. ‘Nu kunnen we meestal binnen twee weken onbevruchte eicellen invriezen, onafhankelijk van de timing in de cyclus, met goed resultaat. Ook kunnen we een eierstok verplaatsen uit het bestralingsveld in het geval van radiotherapie, zodat de eierstok ontzien wordt. We kunnen bij borstkanker de hormoonhuishouding voorafgaand aan de chemotherapie stilleggen, dat geeft ook hogere kans op herstel van de vruchtbaarheid na de behandeling. En we kunnen eierstokweefsel invriezen. Door die ontwikkelingen is het onderwerp ook meer bekend bij zorgverleners.’

‘Het invriezen van eierstokweefsel biedt in het bijzonder mogelijkheden voor jonge vrouwen en meisjes en is meestal een stuk minder ingrijpend dan bijvoorbeeld het invriezen van eicellen. Dan moet de patiënt meerdere vaginale echo’s ondergaan en een punctie die ook vaginaal gebeurt. En ze moet hormonen spuiten zodat de eicellen rijpen. Dat laatste wil je een jong meisje niet aandoen,’ aldus Beerendonk. ‘Het verwijderen van eierstokweefsel is een stuk minder ingrijpend: het gebeurt weliswaar door middel van een kijkoperatie, maar dat kan in dagbehandeling. Het eierstokweefsel kan na de antikankerbehandeling teruggeplaatst worden. Maar helaas wordt deze ingreep nog niet volledig vergoed, omdat het nog onvoldoende bewezen zou zijn als zinvolle zorg.’

“De keuzehulp geeft vrouwen vooral de mogelijkheid om gericht een keuze te maken, die bij hen past. Dat is het allerbelangrijkste.”

Dr. Ina Beerendonck – gynaecoloog Radboudumc

Terugplaatsen eierstokweefsel en ‘zinvolle zorg’

Beerendonk legt uit: ‘Normaal gesproken zou je een klinische trial met randomisatie uitvoeren, maar dat kan hier natuurlijk niet. Je wilt niet spelen met mensen hun vruchtbaarheid. Dus de effectiviteit zal in cohortstudies bewezen moeten worden, maar aangezien het gaat om zulke kleine aantallen vrouwen en meisjes per jaar, zal dat lang duren.’ Beerendonk gaat verder: ‘In Nederland zijn we altijd wel laat met dit soort nieuwe ontwikkelingen, omdat we vanuit de beroepsgroep erg voorzichtig zijn. We stappen pas in als we er van overtuigd zijn dat het zinvolle zorg is. Maar inmiddels zijn er in Nederland al een aantal succesvolle terugplaatsingen geweest. Er zijn zelfs vrouwen die meerdere kinderen hebben gehad na terugplaatsing.’

‘De grote angst die we hebben, omdat het weefsel wat je terugplaatst niet mee behandeld is tegen de kanker, dat daar mogelijk kankercellen in zouden kunnen zitten. En als je het weefsel terugplaatst, dat je ook die kankercellen terugplaatst,’ legt Beerendonk uit. ‘Maar er zijn naar mijn mening voldoende gegevens om goed in te kunnen schatten wat wel of niet veilig is. En daar moet je de patiënt heel goed over counselen. Dan kom je eigenlijk weer terug op dat het gesprek met de patiënt heel belangrijk is.’

Een gerichte, passende keuze kunnen maken

‘We hebben een mooie richtlijn ontwikkeld: ‘Fertiliteitsbehoud bij vrouwen met kanker’. Die hebben we multidisciplinair opgesteld, samen met alle betrokken wetenschappelijke verenigingen,’ vertelt Beerendonk. ‘Daarin komt ook weer de counseling naar voren, maar ook voorlichting omtrent de medische en psychologische aspecten van fertiliteitsbehoud om tot een zo goed mogelijk gezamenlijk besluit te komen. Nu is het natuurlijk zaak om die richtlijn goed te implementeren.’ Daarin is al een start gemaakt, vertelt Beerendonk. ‘We hebben een keuzehulp ontwikkeld aan de hand van de richtlijn voor 23 kankersoorten waarmee we de vrouwen ondersteunen bij het maken van de keuze: “Ga ik wel of niet voor een behandeling voor vruchtbaarheidsbehoud? En als ik dat wel wil, welke opties heb ik dan?” Die keuzehulp moet wel vanuit de oncologisch zorgverlener worden uitgereikt. Daar moeten we een structuur voor ontwikkelen, daar moeten we het land mee in, om te zorgen dat het ook echt gebeurt.’ Beerendonk concludeert: ‘De keuzehulp geeft vrouwen vooral de mogelijkheid om gericht een keuze te maken, die bij hen past. Dat is het allerbelangrijkste.’

Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina's van deze website wordt meegestuurd en door jouw browser op de harde schrijf van je computer wordt opgeslagen. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd worden. Deze cookies zijn noodzakelijk voor een goede werking van de Website.

Cookie settings
Privacyverklaring

Functional cookies

Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door jouw browser op de harde schrijf van je computer wordt opgeslagen. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd worden. Deze cookies zijn noodzakelijk voor een goede werking van de Website.

Analytical cookies

De analytische cookies verzamelen informatie over hoe bezoekers de website gebruiken. Deze informatie helpt ons om de website te verbeteren, waardoor deze beter aansluit op jouw wensen. Wij gebruiken hiervoor Google Analytics om geanonimiseerde overzichten te maken van het bezoekersverkeer op onze website.

Marketing cookies

Hiermee wordt bijgehouden welke pagina’s je bezoekt op internet om je persoonlijke profiel op te kunnen bouwen. Dit profiel wordt niet gekoppeld aan jouw naam, adres, e-mailadres en dergelijke zoals bij ons bekend, maar dient alleen om advertenties af te stemmen op jouw profiel zodat deze zo veel mogelijk relevant voor je zijn. Voor deze cookies vragen wij jouw toestemming. Zonder jouw toestemming worden deze cookies dus niet geplaatst.